Raz tilt dans naar beeldschoon niveau

Opkomst en ondergang van een fenomeen. Zo mag je de zestien levensjaren zien van Raz, dansvoorziening van het zuiden, dat later de naam verandert in Raz/Hans Tuerlings. Raz is niet alleen spraakmakend door zijn zestien van artistieke inventiviteit uitpuilende levensjaren, ook de wijze waarop de in Tilburg zetelende groep door de Raad voor Cultuur uiteindelijk naar zijn ondergang is geleid, heeft lange tijd de tongen los gemaakt. Artistiek leider/choreograaf Hans Tuerlings staat er naar beide kanten midden in.

Want hij is het die de dans in Brabant naar een nieuw, grillig maar beeldschoon niveau tilt. En hij is het ook die met de van hem bekende weerbarstigheid en zonder blad voor de mond het verdwijnen van zijn gezelschap bevecht.

 

Van de kaart

De subsidiërende overheid neemt eind jaren tachtig een gewaagde stap, als zij besluit alle bestaande dansgroepen in Brabant van de kaart te vegen en ruim baan te verlenen aan een nieuw, de gehele provincie Brabant dekkend dansgezelschap: Raz. Artistiek leider wordt Hans Tuerlings, die ooit de Nederlandse danswereld binnen wandelde als een eigenwijze, anarchistische en vooral compromisloze choreograaf. In 1975 heeft hij zijn debuutchoreografie gemaakt met ‘Koffie voor vijf’, waarin hij als een van de eersten met teksten werkt. Het is het begin van een eigen danstaal, waarin hij menselijke verhoudingen op scherp zet en altijd zijn intuïtieve liefde voor de persoonlijke kant van de uitvoerders laat prevaleren. Meteen na zijn aantreden als artistiek leider en huischoreograaf van Raz, dansvoorziening van het zuiden, werpt Hans Tuerlings in november 1990 de knuppel in het hoenderhok met ‘Razbliuto’. De kritieken zijn vernietigend, maar Hans Tuerlings trekt er zich niets van aan en gaat met Raz op weg naar een oeuvre dat uiteindelijk zo’n dertig creaties telt. Ruim tachtig voorstellingen in één seizoen, waarvan vele in het buitenland, het wordt heel gewoon.

Het grote publiek weet Hans Tuerlings uiteindelijk te winnen met zijn zestiendelige cyclus ‘Casa del sogno’, waarin het huis van de Italiaanse zonderling en edelman Gabriele d’Annunzio centraal staat. De choreograaf kan er zijn voorliefde voor Italië uitgebreid op botvieren. Dat gebeurt met verstilde beelden over geloof, leven en lust. De uitwassen van het katholicisme en de overdadige aanwezigheid van vleselijk genot zorgen voor een tweestrijd tussen eerbaarheid en broeierige wellust. Beeldende kunst, filmdiva’s uit Italië, teksten, licht en kleuren tekenen de cyclus, die Tuerlings overigens niet afmaakt.

 

Verdraaid

De danstaal van de choreograaf is een eigen kijk op het leven van de mens. Alledaagse menselijke bewegingen worden uitgelicht, verdraaid, en tegengesteld gemaakt aan elkaar. Zo ontstaat vaak een anatomische proeve die het danserslichaam onvermoede bewegingen laat uitvoeren. Raz wordt nationaal en internationaal een graag geziene gast bij theaterdirecties. Niet bij de Raad voor Cultuur, die besluit het ook aan de educatieve weg timmerende gezelschap voor de kunstenperiode 2005-2008 geen subsidie meer te verlenen. Waarop de provinciale overheid en het gemeentebestuur van Tilburg ook de geldkraan dicht draaien. Het betekent het einde van Raz, al vecht Hans Tuerlings nog wel als een leeuw om de rampzalige besluiten terug te draaien.

Met de voorstellingen ‘Nieuwe Blijdschap’, ‘Vrolijke Opvattingen’ en ‘Wensloos Gelukkig’ breit Hans Tuerlings een slot aan het bestaan van zijn spraakmakende troetelkind. Zo cynisch als de titels van deze slotvoorstellingen zijn, is ook het feit dat Tuerlings in deze periode de Dansprijs 2006 van het Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Brabant krijgt toegekend. “Een oprotpremie”, zo ziet hij deze onderscheiding.

 

Opgekrabbeld

Inmiddels is Raz gedeeltelijk weer opgekrabbeld. De provincie Noord-Brabant heeft voor vier jaar een subsidie van ruim een ton per jaar toegekend. Met dit geld brengt Hans Tuerlings in januari 2010 ‘Malparadisity’ in première – met een belangrijke rol voor danseres/choreografe Helma Melis - creëert daarna een choreografie voor ‘Tools of the Opera’ bij Scapino Ballet, waarna in co-productie met het Duitse Krefeld weer een nieuwe Raz-choreografie over de antieke Romeinse dichter Ovidius op de rol staat.

“En ik ga opnieuw praten met de provincie”, zegt Hans Tuerlings. “Als ik 50.000 euro per jaar méér krijg, kan ik dansers gewoon betalen en structureel verder gaan met Raz. Dan hoef ik geen landelijke subsidie meer aan te vragen, die ik toch niet meer krijg.”

 

Achtergrondinformatie choreograaf:

Rebel van de Nederlandse dans Stronteigenwijs, anarchistisch, compromisloos. Hans Tuerlings is een eigenzinnig choreograaf. De geboren Tilburger studeerde aan de dansacademie in Tilburg en Rotterdam, maar was zelf nooit praktiserend danser. Hij werkte als freelance-choreograaf bij diverse dansgezelschappen tot hij in 1990 aan de basis stond van 'Raz, Dansvoorziening voor het Zuiden'. Onder zijn bezielde leiding groeide Raz uit tot internationaal gewaardeerd gezelschap. Zonder de voortrekkersrol van Raz had 'Tilburg Dansstad' nu niet zo’n rijk dansklimaat gehad. Tuerlings maakte een kleine dertig producties voor Raz, dat zo’n tachtig keer per jaar optreedt, ook speciaal voor de jeugd. 'De rebel van de Nederlandse dans’ wordt Tuerlings wel genoemd. Aan audities doet hij niet en hij heeft het lak aan dansconventies. Als één van de eersten gebruikte hij gesproken tekst in zijn dans.

Tuerlings haalt inspiratie uit onder meer film (Hal Hartley), literatuur (Beckett, Shakespeare, Céline) muziek en beeldende kunst (Mondriaan). Met moderne dans heeft hij weinig op; ooit noemde hij zich de Brutus van de moderne dans, de moordenaar, vanwege zijn haat/liefde-verhouding met dans. Haat voor de bedachte technische kant, 'de mooie gestrekte beentjes', liefde voor de intuïtieve, persoonlijke kant van de danser. "Het uitgangspunt is wat een danser zelf bedenkt, daarop borduur ik voort, hier wordt niet geschaafd of gedrild."