Helma Melis creëert dromen die zij tot leven wekt

Een breekbare danseres in de immense ruimte van een squashbaan. Felle, zuurtjesachtige kleurtjes, dans, slapstick en acrobatiek, dat zijn de bouwstenen voor ‘Qwienes van de T goes 1’. Raadselachtige titel voor een nog raadselachtiger dansconcept, maar Helma Melis maakt er in februari 2000 in één klap haar bedoelingen als choreograaf duidelijk mee. De uit Turnhout afkomstige Helma Melis komt na het doorlopen van de lagere school in Tilburg wonen. Zij studeert in 1996 af als docent klassiek en jazz aan Dansacademie Brabant (nu Fontys Dansacademie). De danseres en choreografe is de zoveelste vreemde eend in het Brabantse danslandschap. Helma Melis creëert dromen, die zij tot leven wekt.

Zij doet dat door dans, maar ook door zelf de kostuums en decors te ontwerpen en een dikke vinger in de pap te hebben bij de keuze van de muziek. Haar inspiratie is eindeloos. Ze haalt die uit tv-quizzen, tijdens de gang naar het toilet, uit sportwedstrijden, de dood van haar ouders, de toto, scheurtjes in porselein. De watervlugge, maar altijd onzekere choreografe ziet het podium als een speeltuin voor dans. Daar toont zij haar artistieke kwetsbaarheid, laat zij zich als geen ander gaan en tovert zij met kleuren, vormen én beweging.

 

Pofbroeken

De dromen die Helma Melis kennelijk heeft, krijgen vorm in bizarre theateruitvoeringen. In ‘Krak-Kelee Toto’ bijvoorbeeld, een stuk uit 2003, zijn de danseressen gekleed in kimono’s, met daaronder corsetachtige lijfjes en witte zijden, korte pofbroeken. Op het hoofd dragen zij blauwe waterpolomutsen, terwijl het decor op overweldigende wijze wordt gedomineerd door de kleuren blauw, oranje en wit. De danseressen kennen geen conventies. Zij staren het publiek aan met opgeblazen wangen en pruilmondjes, met hun tong uit de mond, met slungelende armen. Ze schreeuwen tegen elkaar, knallen tegen een muur en smijten zich zonder erbarmen tegen de vloer.

Een andere keer kiest Helma Melis – zoals in ‘Pergola=Pistolet’ - voor een knalrood decor, waarin een pergola, een fontein en twee wachthokjes de toeschouwers nieuwsgierig maken. Meer niet, want Helma Melis beschikt over de onnavolgbare gave dans van elke betekenis te ontdoen. “Mensen mogen zelf verhalen ontdekken in mijn stukken, dat doe ik niet voor hen”, zegt de choreografe. De gave om gedroomde sprookjes in dans om te zetten, maakt dat Helma Melis in 2003 de Dansprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Brabant in ontvangst mag nemen. De jury, die de prijs dan voor het eerst toekent, kiest unaniem voor deze bijzondere danskunstenaar.

 

Solovoorstelling

In februari 2008 is Helma Melis na acht jaar weer te zien als danseres. In de solovoorstelling ‘Ok Ko Nelly StairCase’, die ze ziet als experiment om een nieuwe bewegingstaal te ontdekken. De bijna een uur durende choreografie handelt over de ‘circle of life’. Met andere woorden: over haar leven als danskunstenaar. In 2002 richt Helma Melis haar eigen stichting LaMelis op. Onder die vlag maakt ze nadien haar voorstellingen.

Nu leidt de stichting een sluimerend bestaan, omdat de choreografe weer liever onder eigen naam creëert. In 2004 verhuist ze wegens huisvestingsproblemen naar Den Bosch, maar het is niet denkbeeldig dat zij de komende tijd weer terugkeert naar Tilburg. Naast vlakkevloerproducties en incidentele projecten, wil Helma Melis zich de komende jaren meer richten op werk voor het grote-zalencircuit.