De dansfilm: Cunningham en De Châtel

Naast filmische projecties in een dansvoorstelling wordt er ook dans voor de camera gemaakt. Zogenaamde dansfilms zijn dus films waarin een choreografie gedanst wordt die speciaal voor het medium film gecreëerd werd. Die choreografie is dus niet bedoeld om live, in het theater op te voeren. Samen met een regisseur, die verstand heeft van het medium, maakt de choreograaf de film.

Een van de meest bekende dansfilms komt van de hand van Merce Cunningham en heet Beach birds for camera (1992). De film werd gemaakt door regisseur Elliot Caplan, met wie Cunningham vaker samenwerkte. De dansfilm was gebaseerd op de choreografie Beach Birds, die een jaar eerder door Cunningham werd gemaakt. In Beach birds for camera kun je verwijzingen zien naar vogels door de bewegingen die de dansers maken en de zwart wit kostuums die ze dragen. In de film wordt gewisseld tussen kleur en zwart wit en wordt er op verschillende locaties gedanst.

Film leent zich uitermate goed om in één werk verschillende plaatsen te laten zien, wisselende perspectieven te tonen en te spelen met tijd, denk bijvoorbeeld aan flashbacks in een speelfilm. Dansfilms kunnen dus heel dynamisch zijn.

Waar dans in het theater vast zit aan de ruimte en de tijd, kan in een film daar veel creatiever mee omgegaan worden. Een choreografe in Nederland die daar creatief onder andere mee omgegaan is, is Krisztina de Châtel in haar dansfilms Stalen Neuzen (1995) met regisseur Erik van Zuylen en Blindside Block (1998) in de regie van Mart Dominicus. In Stalen Neuzen zijn de dansers buiten in ondergoed en kistjes met stalen neuzen te zien. Zij dansen onder meer in een landschap in Hongarije, waar ze door de aarde, die het landschap domineert, moeten ploeteren. In de tweede film ondervinden de dansers wederom weerstand. Dit keer niet van de natuur, maar van American Football-spelers in een stadion in Nijmegen.