|
Dans jij wel eens? Vast wel! Misschien stiekem als niemand het ziet, thuis of gewoon in een club op zaterdagavond. Wellicht oefen je wat coole moves terwijl je MTV kijkt of schud je met je billen tijdens het stofzuigen…? Dansen kun je overal! Dans als kunstvorm vindt vooral plaats in een theater. In die theatrale ruimte kunnen, naast de dans, allerlei middelen ingezet worden om iets over te brengen aan een theaterpubliek. Sommige makers willen het heel puur houden en plaatsen de bewegingen voorop. Beweging is waar het immers om draait bij dans. Deze choreografen doen niet veel met andere middelen, zodat de toeschouwer zich kan concentreren op de lichamen die bewegen in de ruimte en de vormen die zij maken. Andere choreografen pakken groots uit met décor, rekwisieten, licht en kostuums. Zo werkte Hans Hof Ensemble, nu Bollwerk, altijd met enorme decors. De dansers gingen de strijd aan met het decor dat soms uit meerdere niveaus bestond en dansten met rekwisieten. Deze groep had dit nodig om hun verhaal te vertellen en zij wilden het misschien over iets anders hebben dan alleen de beweging.
|
Het toneelbeeld is dus iets wat belangrijk is in de communicatie met een publiek. De plek waar de dans zal plaatsvinden, de ruimte waar de dans een relatie mee aangaat geeft veel informatie aan een publiek. En ook de belichting -zonder licht helemaal geen beeld- is erg belangrijk. Conny Janssen liet licht zelfs de hoofdrol spelen in een van haar choreografieën. Daarnaast zijn er nog de kostuums die jou als maker iets kunnen vertellen. Zorgen ze ervoor dat individuen te zien zijn, zoals bij Judson Dance Theatre of verstoppen ze de mens achter de kleding, zoals bij Oskar Schlemmer, die de dansers tot bewegende kunstwerken maakte. Alles wat je ziet in het toneelbeeld is een keuze van een dansmaker waarmee hij iets wil zeggen. Lees hier meer over hoe met die beeldende elementen; décor, rekwisieten, kostuums en licht, omgegaan kan worden.
|